Duits grondgebied vol knelpunten voor IJzeren Rijn
Door Twan Mientjes

Minister Netelenbos van Verkeer laat zeven tracés voor de goederenspoorlijn IJzeren Rijn (Antwerpen-Duisburg) dwars door Limburg onderzoeken. Aan Duitse zijde doemen echter grote problemen op. "Waarom worden die niet tegelijk onderzocht?', zo vraagt de grootste partij in het grensgebied, de CDU, zich af.

VENLO Natuurlijk, de Duitsers zijn vóór de IJzeren Rijn. Net als de Vlamingen zien zij grote economische voordelen in een goederenspoor dat de haven van Antwerpen met die van Duisburg, centrum van het Ruhrgebied, met elkaar verbindt. "Maar jullie Nederlanders moeten niet de knelpunten die jullie met de natuur in de Meinweg en qua overlast bij Venlo zien, naar Duitsland verplaatsen.' Marcus Optendrenk, vice-voorzitter van de Kreis Viersen van de CDU, de partij die de gemeenten en regio's in het Duitse grensgebied van Noord- en Midden-Limburg regeert, blijft höflich. Hij vindt het een "prima initiatief' dat het gemeentebestuur van Venlo deze maand met enkele Duitse buursteden komt overleggen over de IJzeren Rijn. Maar hij had liever gezien dat de Nederlandse regering in Den Haag en de Duitse regering in Berlijn dat overleg al eerder zelf hadden opgestart. Want daar ligt natuurlijk de beslissingsbevoegdheid, niet in de grensregio zelf.

Niet alleen de CDU, ook de SDP en Die Grünen voorzien grote problemen met de aanleg van de IJzeren Rijn op Duits grondgebied. Zowel voor de drie -tracés die bij Roermond de grens oversteken, als voor de vier tracés via Venlo. Niet dat daar niet uit te komen valt, maar het zal volgens Optendrenk "veel overleg, veel tijd en veel geld' gaan kosten.

Drie van de tracés via Venlo voeren over bestaand spoor, de Brabantlijn, via Viersen, Mönchengladbach en Krefeld naar Duisburg. Probleem één is volgens Optendrenk dat Viersen niet graag goederentransport dwars door de stad heeft. "Dat wil Venlo immers ook niet.' Een omleiding om Viersen is vier keer zo lang en navenant duurder. Probleem twee is dat er tussen Viersen en Krefeld een nieuw spoor van twee kilometer moet worden aangelegd, de zogeheten Viersener Kurve.

De vierde variant via Venlo (vijftien kilometer nieuw spoor parallel aan de autowegen A67/BAB40 tot Kempen-Krefeld en dan via bestaand spoor naar Duisburg) doorsnijdt langs de autoweg het natuurgebied Tote Rahm. "Bovendien voert die variant dwars door Kempen (40.000 inwoners), dat nu juist pal langs het spoor een nieuwe woonwijk heeft gepland', merkt Optendrenk op. Krefeld zelf is wel voorstander van dit tracé, omdat deze stad er een nieuw industrieterrein langs kan aanleggen dat enige containeroverslag van Duisburg kan afsnoepen.

Ook de drie tracés via Roermond en het Duitse Dahlheim, Wegberg, Rheindalen, Mönchengladbach, Viersen en Krefeld naar Duisburg stuiten volgens Optendrenk op knelpunten aan Duitse zijde. "De Duitse milieubeweging is sowieso tegen doorsnijding van natuurgebied De Meinweg.' Twee alternatieve tracés om De Meinweg heen zullen volgens Optendrenk op Duits gebied moeilijk zijn, omdat dan veel hoogteverschil optreedt. "Treinen kunnen daar hooguit veertig kilometer per uur rijden. Bovendien voeren deze tracés over het Britse vliegveld bij Brüggen - dat zal op verzet stuiten.'

De CDU'er wijst er verder op dat tussen Wegberg en Rheindalen "vijf tot zes wankele bruggen vervangen zullen moeten worden. Dat kost erg veel tijd.' Bovendien heeft de gemeente Wegberg (25.000 inwoners) nu net in de jaren negentig nieuwe woonwijken pal langs het spoor gebouwd. "Ten slotte voeren de Roermond-tracés dwars door Mönchengladbach en haar voorstad Rheindalen. Dat wil Mönchengladbach niet.'

Optendrenk benadrukt nogmaals dat de Duitse grensregio van Limburg vóórstander van de IJzeren Rijn is. "Maar dan wel via een goed tracé dat zowel de knelpunten aan Nederlandse als die aan Duitse zijde oplost.' Hij foetert op België. "In feite is het een intern Belgisch conflict tussen Vlaanderen en Wallonië. Vlaanderen wil per se een tracé door Vlaanderen, terwijl het bestaand -tracé door Wallonië via Montzen, als daar één brug wordt vernieuwd, prima geschikt kan worden gemaakt.'

-Optendrenk is ook geïrriteerd over de opstelling van de regering in Berlijn. "De Duitse bondsregering is veel te afwachtend. Ze heeft aangekondigd de zaak pas te bekijken als Nederland zijn voorkeurstracé medio volgend jaar vaststelt. Maar wie zegt dat dat voorkeurstracé goed op Duits gebied kan worden doorgetrokken? Berlijn had er in Den Haag op moeten aandringen daar in het lopend onderzoek naar de zeven tracés al naar te kijken. Anders krijg je straks gegarandeerd procedures van Duitse gemeenten. We moeten de grensregio als één gebied beschouwen en zowel links als rechts van de grens dezelfde maatstaven hanteren.'

zaterdag, 07 oktober 2000

© Dagblad De Limburger