Bericht über die Folgen von Zugverkehr durch den "Meinweg"
 

IJzeren Rijn bedreiging (Bedrohung) voor slangen (Schlangen) en dassen (Dachse)
Door Bert Willemsen
 

HERKENBOSCH Slangen en dassen lopen in De Meinweg ernstig gevaar bij het opnieuw in gebruik nemen van de bestaande spoorlijn IJzeren Rijn, die een deel van de verbinding tussen Antwerpen en Duitsland vormt. Dat staat te lezen in een rapport over de gevolgen van treinverkeer door het nationaal park.
 

Het verslag is in opdracht van de Nederlandse Spoorwegen opgesteld door Alterra, een research-instituut uit Wageningen. Een van de conclusies: een tijdelijke openstelling van de spoorlijn door De Meinweg, waar sinds 1991 geen trein meer rijdt, is wegens de schade voor amfibieën strikt formeel in strijd met de Europese regels (eine Öffnung stände im Widerstreit zu europäischen Vorschriften) .
De IJzeren Rijn ligt tussen het watergebied waar ze zich voortplanten en hun leefterrein. Maar als hooguit vijf jaar lang niet meer dan vijftien goederentreinen per etmaal met een maximum snelheid van veertig kilometer per uur door de Meinweg rijden, treedt er geen blijvende schade op aan het gebied. Mits er beschermende maatregelen genomen worden.

Anders ligt het met een permanente reactivering. Dan rijden 43 treinen per etmaal met 80 km per uur voor onbepaalde tijd door het natuurpark. De gevolgen daarvan zijn in strijd met de Europese regels. Ook de plaatsing van twee meter hoge geluidschermen biedt dan onvoldoende soelaas (Auch die Errichtung 2 m hoher Lärmschutzwände böte keinen Schutz). De adder (Natter) zou ten zuiden van het spoor verdwijnen en de gladde slang zelfs uit het hele gebied.
Zonder geluidschermen bestaat er een reële kans dat de dassengroep Steenheuvel uitsterft. En mét geluidscherm wordt een deel van het leefgebied van de dassen onbereikbaar.

Eigenlijk is er maar één maatregel die kans op succes biedt. De spoorlijn moet dan door een tunnel lopen. Die optie is echter niet onderzocht, omdat de onderzoekers van Alterra daartoe geen opdracht hadden.

Het rapport behandelt de gevolgen voor twee soorten amfibieën (kamsalamander en rugstreeppad), drie reptielen (adder, zandhagedis en gladde slang), een zoogdier (de das) en vijf vogels (zwarte specht, wielewaal, roodborsttapuit, nachtzwaluw en blauwborst).
De verscheidenheid van dieren levert specifieke problemen op. Vogels hebben vooral last van geluidsoverlast.
Reptielen lopen weinig tot geen kans om door een trein overreden te worden. Mogelijk worden ze bij het oversteken van de spoorbaan door trillingen gewaarschuwd voor een naderende trein. Andere beestjes maken meer kans om overreden te worden. Een onderzoek in 1989 langs de spoorlijn Rekingen-Zurzach in Zwitserland bracht aan het licht dat dieren overdag wegkruipen onder de spoorlijn en vervolgens verpletterd worden door het gewicht van de overrijdende treinen.

Naast het historische traject, dat nu al door De Meinweg loopt, onderzocht Alterra ook de invloed van twee routevarianten op het nationaal park. De als A1 aangeduide lijn loopt ten noorden van De Meinweg grotendeels langs de N68 (Roermond-Elmpt), die in de toekomst mogelijk wordt uitgebouwd tot vierbaans autoweg. De invloed daarvan op de Meinweg is zeer gering, maar de route doorsnijdt wel een belangrijk dassenbolwerk buiten het natuurpark.

Dan is er nog het traject A2, dat ten zuiden van De Meinweg loopt. Dat levert in De Meinweg schade voor de rugstreeppad op.

vrijdag, 24 november 2000