Ministerie van Verkeer en Waterstaat
 29 maart 2000

 GEZAMENLIJK PERSBERICHT VAN DE MINISTERS DURANT EN NETELENBOS

De Nederlandse en Belgische Ministers Netelenbos en Durant hebben op dinsdag 28 maart 2000 een overeenkomst ondertekend over de toekomst van het goederenvervoer per spoor van Antwerpen via Nederland naar Duitsland. De drie transportministers van België, Duitsland en Nederland hebben na afloop van de Transportraad in Brussel overlegd over de IJzeren Rijn.

Een snelle railverbinding van en naar de Belgische en Nederlandse havens wordt door de drie landen uiterst belangrijk gevonden.

Gelet op de samenhang tussen de internationale studie en de Nederlandse MER zal Nederland zich tot het uiterste inspannen om in maart 2001 het resultaat van de MER voor het deel van de IJzeren Rijn, dat op Nederlands grondgebied ligt, op tafel te hebben. In die MER :

wordt voor de korte termijn de eventuele tijdelijke, beperkte heringebruikneming van het volledige historische tracé onderzocht; deze tijdelijke heringebruikname geldt tot het definitieve tracé in gebruik wordt genomen.
Voor de definitieve oplossing worden alle relevante tracé's bestudeerd; hierbij zullen ook de mogelijkheden voor reizigersvervoer worden bezien.

Nederland, België en Duitsland zullen de voortgang van de MER-studie regelmatig trilateraal te bespreken. Nederland nodigt België uit een ambtenaar aan te wijzen, die de voortgang van de MER-studie van dag tot dag kan volgen. De beslissingen over het tijdelijk gebruik en het definitieve tracé zullen gelijktijdig worden genomen.

Als de MER-studie uitwijst dat een tijdelijk, beperkt gebruik van het historisch tracé geen onherstelbare milieuschade veroorzaakt, zullen vanaf eind 2001 enkele treinen per dag met een beperkte snelheid tussen 07.00 en 19.00 uur van het gehele historische tracé rijden. Bij tijdige
besluitvorming en als onherstelbare milieuschade uitblijft, zouden vanaf eind 2002 maximaal 15 treinen per etmaal (ook 's avonds en 's nachts) rijden. Er komt compensatie voor een eventueel verlies aan natuurwaarde. België betaalt de kosten voor de tijdelijke reactivering van het historisch
tracé.

De kosten voor aanleg van de uiteindelijke route komen gedeeltelijk ook voor rekening van Nederland. Na de definitieve beslissing over de toekomstige railverbinding van Antwerpen via Nederlands Limburg naar het Duitse Ruhrgebied worden over de verdeling van de kosten nadere afspraken gemaakt.